"maandag-dinsdag-woensdag-donderdag-beton"
17.06.2026Wij zijn regelmatig bezig met het onderzoek naar (historische) bindmiddelen.
Bindmiddelen kunnen op twee verschillende manieren uitharden. Diverse historische bindmiddelen, gemaakt uit kalksteen die werd gebrand bij temperaturen tussen 800°C en 1200°C, harden uit door carbonatatie: een reactie met CO₂ uit de atmosfeer.
Moderne bindmiddelen harden daarentegen uit door hydratatie. Hierbij vindt de uitharding plaats door een chemische reactie met water. Het uitgangsmateriaal heeft daarbij een andere samenstelling, waardoor bindmiddelen met andere eigenschappen ontstaan. De brandtemperaturen liggen hierbij tussen 1450°C en 1600°C.
Beide soorten bindmiddelen kunnen, ieder met hun eigen voor- en nadelen, leiden tot sterke bouwmaterialen. Afhankelijk van de toepassing in metselmortels, injectiemortels, beton of stucwerk voegen hun eigenschappen waarde toe aan de gewenste gebruiksfunctie.
Zo tonen historische betonsoorten van brikkenbeton een goede capillaire dampopenheid en een hoge zoutbestendigheid. Historische bastaardcementen presteren goed in prefab woongevels en betonsoorten uit de Tweede Wereldoorlog kenmerken zich door een hoge sterkte, een goede weersbestendigheid en een lange levensduur.
Tot circa 1910-1920 werd nog zonder wapening gebouwd. Om de gewenste sterkte te behalen, werden betonconstructies daarom dikker uitgevoerd. Met de introductie van wapening konden constructies slanker worden ontworpen. Denk bijvoorbeeld aan betonnen kolommen, brugpijlers of slanke kaders rondom raamkozijnen. Daardoor werd het toepassingsgebied van betonproducten veel breder en konden zij ook als architectonisch en esthetisch onderdeel van een bouwwerk worden ingezet. Recent onderzoek naar betonsoorten uit de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw laat zien dat men in de naoorlogse periode binnen het stabiliteitsveld van portlandcement een beton van hoge kwaliteit wist te produceren.
De eisen in historische bouwbestekken waren vaak hoog, bijvoorbeeld aan de dekking van de wapening. Zo vonden wij in het oorspronkelijke bouwbestek van het Kohnstammhuis in Amsterdam een maximale betondekking van 4 cm op de wapening terug. Ons onderzoek met een betonradar van Kwant Betoninspectie wees uit dat aan deze eis daadwerkelijk was voldaan.
Waarom was dit zo belangrijk? Blijkbaar was men zich destijds al bewust van het verschil tussen luchthardende en hydraterende bindmiddelen.
Bij beton dat uithardt door hydratatie is carbonatatie namelijk geen gewenst proces. Door carbonatatie daalt de pH-waarde van het beton, waardoor de wapening haar bescherming verliest en corrosie ontstaat.
Met een test met phenolphthaleïne op een vers breukvlak stelden wij vast dat de carbonatatie slechts een halve centimeter diep in het beton was doorgedrongen. Dat betekent dat er theoretisch nog 3,5 cm bescherming resteert voordat de wapening wordt aangetast. In principe is dit een opluchting.
Maar hoe goed de kwaliteit van een beton ook is, perfect is zij nooit.
Zo kwamen wij erachter dat aan het beton een verhardingsversneller was toegevoegd. Daarnaast troffen wij sporen van vrije kalk aan en een, voor die tijd, toegestane hoeveelheid van chloriden.
Door de ervaring van de betononderzoekers bij het Nebest Laboratorium kwamen wij tot de conclusie dat het moet gaan om een zogenoemde "maandag-dinsdag-woensdag-donderdag-beton". Zo noemde men prefab-beton dat door een versnelde uitharding de volgende werkdag voldoende sterkte had bereikt, zodat de bekisting opnieuw kon worden gebruikt voor een volgende productieronde. Op vrijdagen speelde dat minder, omdat er in het weekend toch niet werd geproduceerd.
In aanvulling op de betonanalyse hebben wij lichtmicroscopisch onderzoek uitgevoerd. Dat onderzoek geeft uiteindelijk antwoord op de vraag hoe het plaatselijk toch tot wapening-corrosie kan komen.
Wij zijn benieuwt naar het eindresultaat van de deze studie.