Werfmuren Oudegracht Utrecht
Inspectie, materiaalonderzoek, advies restauratieve ingreep t.b.v. herstel vochtproblematiek, werfmuren drogen, algenaangroei en zoutuitbloei voorkomen
Opdrachtgever: Gemeente Utrecht
Uitvoering adviesopdracht: Voorjaar 2025
Assistentie monsterneming: Nebest B.V.
Laboratorium: Nebest Laboratorium B.V.
Uitvoering adviesopdracht: Voorjaar 2025
Status: Adviesmodule I in uitvoering
Historie
De werfmuren aan de Oudegracht in Utrecht sluiten de kelders aan de kant van de gracht af. Tot einde 19e/ begin 20e eeuw waren deze muren in het historische stadshart van Utrecht eigendom van de grachtenpandeigenaar. Met de opkomst van moderne middelen voor vervoer en goederentransport verviel de functie van het wervengebied als haven, omslagplaats en handelscentrum. Daarmee raakten de werven aan het begin van de 20e eeuw in verval.
Omstreeks 1920 ontstond het bewustzijn van het belang van noodzakelijk onderhoud. In 1928 volgde de waardestelling van de werven als gemeentelijk monument. Na WOII stonden er echter weinig financiële middelen ter beschikking om de monumentaal beschermde muren te restaureren. Daarom nam de gemeente Utrecht tussen 1948 en 1954 het eigendom van de werfmuren over. Het onderhoud zou gecentraliseerd werden.
De werven werden omstreeks 1950/60 hersteld, gerestaureerd en opnieuw bestraat.

Men koos toentertijd voor het verwijderen van de verwaarloosde bouwmassa en metselde de werfmuren grotendeels nieuw op. De monumentale waarde ging hierdoor merendeels verloren. De vernieuwing bracht op enkele locaties echter ook voordelen; de verbrede straat zorgde bijvoorbeeld voor meer parkeergelegenheid.
Het stadsgezicht veranderde mee met de tijd. Het wervengebied transformeerde van particulier werkgebied naar openbaar terrein.

In 1967 werden de grachten met hun werf-, kluis- en walmuren ten slotte beschermd als rijksmonument.
Omstreeks 1980 zijn nogmaals circa 20% van de werfmuren gerestaureerd, deze keer met een bewustere aanpak voor het behoud van de historische bouwmassa. De restauratieve ingreep, aangestuurd door de gemeente, was daarmee toentertijd afgerond.
Uitdaging
In de jaren 1950/60 was het al vrij gewoon om historisch metselwerk te herstellen met cementhoudende bindmiddelen of mortel waaraan hoogovenslak was toegevoegd. De eeuwenoude metselbouwwijze was echter niet gericht op het afdichten van bouwdelen, maar juist op capillaire dampopenheid. Het merendeel van het jaar werd vocht en water bedwongen door er ruimte aan te geven, bijvoorbeeld door ventilatie, grotere dampopen afgewerkte muuroppervlakken en door het gebruik van historische steen- of schelpenkalkmortel, die een snelle verdamping van water en vocht mogelijk maakten.
De impact van de moderne bouwmaterialen werd pas twee tot drie decennia later duidelijk, toen het vochtgehalte in de muren steeg. Dit resulteert in een grachtenbeeld waar wij als stadsbezoeker volkomen aan gewend zijn: muren vol groene en grijswitte vlekken. Met ongewenste biologische vervuiling begroeide werf- en kluismuren en bloedende voegmortels zijn voor ons normaal geworden. Vochtbelasting wordt dan ook niet als een probleem beschouwd.
De oorzaken hiervoor zijn divers. Vochtbelasting op zich is geen eigentijds probleem, maar de wijze hoe wij ermee omgaan en de omvang, hoeveelheid en uitbreiding daarvan wel.
Doelstelling
De werfmuren drogen is de toverformule: in de afgelopen twee tot drie decennia heeft onderzoek naar massieve, vochtverzadigde en gehydrofobeerde gevels aangetoond dat droging van de muur mogelijk is door het opnieuw aanbrengen van een capillair dampopen voeg. Om het maximale drogingseffect te behalen is droging aan beide kanten van zo’n muur het meest effectief.
Is de muur of de gevel eerst voorzien van een capillair dampopen voeg, dan kan droging zelfstandig plaatsvinden. Hoe effectief dit gebeurt, hangt ervan af of men zowel de binnen- als de buitenzijde heeft aangepakt. Om een optimaal resultaat te behalen, wordt dit aanbevolen. Uiteraard mag er dan aan de binnenzijde geen water(damp)dichte afwerking worden toegepast, maar moet droging naar binnen toe plaats kunnen blijven vinden. Ook dienen de ruimtes regelmatig verwarmd en geventileerd te worden.
Doel van het onderzoek is het in kaart brengen van de vochtbelasting van de werfmuren langs de Oudegracht en het uitwerken van een onderhoudsplan dat gericht is op een sanerend herstel van de vochtafvoer. Hierbij wordt gelet op de compatibiliteit van de historische metselbouwwijze en de bouwmateriaaltoepassingen.